Gemeentes zetten zich in voor biodiversiteit

Met behulp van onze SGS InsectScan hebben we de afgelopen periode voor een aantal grote gemeentes in heel Nederland uitgebreide biodiversiteitsonderzoeken uitgevoerd. We onderzochten zowel de buitengebieden als de stedelijke omgeving op insectendiversiteit, waarbij we o.a. concludeerden dat de verstedelijking invloed heeft op de biodiversiteit.

De alsmaar verder afnemende biodiversiteit is een actueel onderwerp waarmee steeds meer gemeentes aan de slag gaan door het opstellen van biodiversiteitsbeleid. Gemeentes weten ons dan ook te vinden voor het inzetten van onze innovatieve eDNA-methode om de biodiversiteit te meten en te verifiëren. Dat doen we o.a. met onze unieke SGS InsectScan. Insecten zijn namelijk een goede indicator voor een biodiverse en – daarmee gezonde – leefomgeving.  

Environmental DNA - eDNA 

Onze SGS InsectScan maakt gebruik van environmental DNA (eDNA). Dat is DNA-materiaal dat achtergelaten is door insecten en dieren. Door gestructureerd monsters te nemen van bloemen en planten en de DNA-sporen van insecten daarop te analyseren, kunnen we precies achterhalen hoeveel insectensoorten er zich op die plek bevinden. Door dit jaarlijks te doen in dezelfde periode (najaar, voorjaar, zomer) kunnen we nagaan of het ingezette beleid zijn vruchten afwerpt.  

Verstedelijking en biodiversiteit  

Over het algemeen laten de resultaten van de recente onderzoeken zien dat verstedelijking invloed heeft op de biodiversiteit. We zien dat er meer soorten voorkomen in minder verstoorde, natuurlijke gebieden aan de rand van de stad dan in het centrumgebied.  

De insectensoorten aan de rand van de stad hebben ook meer verschillende functies en spelen verschillende rollen in het ecosysteem. De meeste soorten eten planten, maar er zijn ook insecten die dood materiaal opruimen en insecten die weer andere insecten eten.  

Bestuivers die belangrijk zijn voor de voorplanting van planten, kwamen het minst in aantal voor. Dit is zeker verontrustend, gezien de aandacht voor deze groep is en hun vitale rol in het functioneren van het ecosysteem. Door te blijven monitoren de komende jaren, krijgen we meer inzicht over het succes van de maatregelen die gemeentes nemen om deze groep te doen toenemen.  

Meer soorten in stadscentrum 

Sommige insecten lijken goed aangepast aan de stad en zijn overal te vinden. Het gaat dan bijvoorbeeld om vliegen, wantsen en motten. Andere soorten, zoals veel vlinders, zijn minder vaak in het centrum te vinden. Verrassend is dat er op sommige plekken meer soorten dan verwacht werden aangetroffen. Ook op plekken in het centrum van de stad.  

Dat is mogelijk een gevolg van lokale factoren die de lokale biodiversiteit van insecten beïnvloeden. Groene ruimtes en vegetatie in stedelijke parken, tuinen en op groene daken, bieden leefgebieden en voedselbronnen voor insecten en verhogen zo de biodiversiteit. 

Microklimaten

Ook kunnen steden unieke microklimaten creëren door de aanwezigheid van gebouwen en infrastructuur die gunstig zijn voor bepaalde soorten insecten. Denk hierbij aan bijvoorbeeld hogere temperaturen of beschutting tegen wind. Fonteinen en andere waterpartijen vormen weer een belangrijke habitat voor watergebonden insecten, zoals libellen en muggen.  

Een vierde factor is de afwezigheid van predatoren in stedelijke gebieden. Minder natuurlijke vijanden, zoals vogels of grotere roofdieren dus. Tenslotte spelen menselijke activiteiten een rol: tuinieren, composteren en biologische bestrijdingsmiddelen hebben invloed op de aanwezigheid en diversiteit van insecten.  

Impact van menselijk handelen 

Met de SGS InsectScan meten en monitoren we vooral de impact van menselijk handelen of beleid op de plaatselijke insectenbiodiversiteit. Het is belangrijk dat dit structureel (jaarlijks) en steeds in dezelfde periode gebeurt. Voor het beste resultaat moet de SGS InsectScan in het najaar, voorjaar of zomer plaatsvinden. Het is nu dus de tijd om een SGS InsectScan in te plannen voor 2025. 

Door een volledig beeld te krijgen van de soortenrijkdom van insecten, kunnen gemeenten of eigenaren van terreinen bijvoorbeeld hun maai- en zaaibeleid bepalen en stukken natuur (zoals bermen) op ecologische wijze beheren.  

Ook kunnen ze effectief en duurzaam omgaan met bijvoorbeeld ongediertebestrijding, door vroegtijdig in te grijpen bij ongewenste populaties (muggen, processierupsen), maar ook waardevolle data verzamelen over nuttige insecten. Het meten en monitoren van de natuur in en rond de gebouwde omgeving bevordert ecologisch evenwicht en een gezonde leefomgeving.  

Ander onderzoek met eDNA

Naast de InsectScan doen we nog ander onderzoek met eDNA. Zo kunnen we ook de biodiversiteit in bodem en water meten en monitoren of bijvoorbeeld de aan- of afwezigheid van Japanse Duizendknoop vaststellen in grond. Voor de verschillende typen onderzoeken nemen we op verschillende manieren de monsters en analyseren die - afhankelijk van de onderzoeksvraag -  op DNA-sporen van bijvoorbeeld bacteriën, schimmels, insecten, vissen, amfibieën, vogels en/of zoogdieren. 

Meer informatie? 

Meer informatie over de SGS InsectScan of over onze eDNA-diensten? Neem contact op met Hans de Jong tel. 31 6 518 01 381.

Wat kunnen we voor u doen?

Ontvang vrijblijvend informatie over onze diensten

Vraag nu informatie aan

Gerelateerde diensten

Biodiversiteit en eDNA

Door onze groeiende ecologische footprint, neemt de biodiversiteit af. De bewustwording hierover groeit en…

Lees meer