Aanpassing asbestregels krijgt vorm

Het gebruik van asbest is al meer dan dertig jaar verboden in Nederland, maar de schadelijke stof is nog steeds alom aanwezig. Zo ligt er volgens een schatting nog zo’n 80 miljoen vierkante meter aan asbestdaken verspreid over Nederland. Dat is bijna evenveel als de landoppervlakte van de gemeente Den Haag. Omdat in veel oudere gebouwen nog asbest aanwezig is, is het risico groot dat werknemers bij verduurzaming of renovatie eraan blootgesteld worden. Daarom blijft de nieuwe (strengere) asbestwetgeving voorlopig relevant.

Waarom is deze aanscherping nodig?

De herziene Europese asbestrichtlijn is in 2023 gepubliceerd. Om te voldoen aan deze regels, moet ook de nationale regelgeving van de lidstaten worden aangepast. De deadline hiervoor nadert: 21 december 2025. Die deadline gaat door Nederland niet gehaald worden, maar de overheid zet zich in om per 1 januari 2027 de nieuwe regels in te voeren.

Welke wetten worden aangepast?

De Europese Richtlijn wordt geïmplementeerd in onze nationale regelgeving; daarvoor is een aanpassing van het Arbobesluit, de Arboregeling, het Asbestverwijderingsbesluit 2005 (Avb2005) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) nodig.

Wat gaat er veranderen?

De nieuwe asbestregels gaan gelden voor iedereen die beroepsmatig met asbest te maken krijgt. We zetten de voorgenomen wijzigingen voor u op een rij:

  1. Vergunningsplicht
  2. Bewijs van naleving
  3. Erkende opleidingen
  4. Asbestinventarisatie vaker verplicht
  5. Meldingsplicht
  6. SMART-ns
  7. Tussentijdse metingen
  8. Eindbeoordelingen

1. Vergunningsplicht

Alle bedrijven en personen die asbest verwijderen, of (sloop)werkzaamheden verrichten, moeten een vergunning hebben. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen een ‘vergunning beperkt’, ‘vergunning basis’ en een ‘vergunning uitgebreid’.

Welke vergunning nodig is, wordt bepaald door het type asbesthoudend materiaal waarmee gewerkt wordt. Dit onderscheid tussen vergunningen is gebaseerd op het risico op een hoge blootstelling: dit is bij de laatstgenoemde categorie het grootst en bij de eerstgenoemde het kleinst.

2. Bewijs van naleving

Bedrijven die een vergunning hebben, moeten via een bewijs van naleving aantonen dat ze maatregelen nemen om de blootstelling aan asbest tot een minimum beperken.

3. Erkende opleidingen

Werkgevers zijn volgens de huidige regels al verplicht om werknemers periodiek voorlichting te geven over risico’s van blootstelling aan asbest. Nu komt hier de eis bij dat deze voorlichting moet worden gegeven door een en een erkend opleidingsinstituut.

Ook komt er een nationale database met alle hiervoor bevoegde instructeurs. Een registratie in deze database is drie jaar geldig en moet daarna verlengd worden.

4. Asbestinventarisatie vaker verplicht

Als er werkzaamheden worden uitgevoerd waarbij asbest kan vrijkomen, moet voor aanvang een asbestinventarisatie worden gedaan. Deze inventarisatie kan ook worden gedaan door middel van identificatie, mits hiervoor data beschikbaar is. Bij asbestidentificatie wordt bijvoorbeeld documentatie of andere data gebruikt om te herleiden of een materiaal asbest bevat.

Er bestaan een aantal uitzonderingen op de asbestinventarisatieplicht, maar die komen te vervallen. Eén uitzondering blijft wel bestaan, namelijk bij werkzaamheden in gebouwen van na 1 januari 1994 geldt deze verplichting niet.

5. Meldingsplicht

Alle werkzaamheden met asbest die onder de categorie Ook moet de melding extra gegevens bevatten, over welke medewerkers naar verwachting de werkzaamheden zullen uitvoeren.

6. SMART-ns

Met SMART-ns wordt een nieuw systeem geïntroduceerd om voorafgaand aan de werkzaamheden de hoogte van de blootstelling in te schatten en om te bepalen welke maatregelen nodig zijn om werknemers te beschermen.

De asbestinventariseerder voert de feitelijke gegevens over de asbesttoepassingen in, zoals de aanwezigheid, soort en bevestiging. Vervolgens vult de saneerder in hoe de werkzaamheden worden uitgevoerd. Met deze gegevens stelt het nieuwe systeem de verwachte blootstelling vast.

7. Tussentijdse metingen

Tussentijdse metingen moeten gaan aantonen of de mate van blootstelling in de praktijk overeenkomt met de vooraf geschatte blootstelling. Ook zijn ze bedoeld om na te gaan of voldoende maatregelen zijn genomen om de risico’s in te perken. Een protocol voor deze metingen is nog in ontwikkeling.

8. Eindbeoordelingen

Tot slot worden de regels rondom de eindbeoordelingen gekoppeld aan de categorieën beperkt, basis en uitgebreid. Dat wil zeggen dat de hoogte van de (potentiële) blootstelling bepaalt wat voor soort eindbeoordeling nodig is.

Wat is de stand van zaken?

Op 29 oktober 2025 heeft staatssecretaris Nobel een wetsvoorstel ingediend voor de wijziging van de Arbowet. Hiermee wordt onder andere de vergunningsplicht geregeld voor bedrijven en personen die met asbest werken. Ook regelt het wetsvoorstel dat er een lijst van bedrijven met een vergunning openbaar is en dat de Wet Bibob kan worden ingezet om misbruik van vergunningen te voorkomen.

Daarnaast moeten enkele wijzigingen nog nader worden uitgewerkt. Dat geldt bijvoorbeeld voor het protocol bij de tussentijdse metingen. Ook moeten de certificeringsschema’s aan worden gepast, zodat deze aansluiten bij het nieuwe vergunningsstelsel. Hier draagt Ascert zorg voor.

Hoe gaat het verder?

Het wetsvoorstel voor de wijziging van de Arbowet ligt nu ter behandeling in de Tweede Kamer. Daarna zal het naar de Eerste Kamer worden gestuurd. Ook zal er een internetconsultatie plaatsvinden voor de wijzigingen in het Arbobesluit en -regelingen. Iedereen die er belang bij heeft, kan dan reageren op de plannen.

We houden u op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Heeft u nog vragen, of kunnen we u helpen met een asbestinventarisatie, monstername, eindcontrole of -training? Neem dan gerust (vrijblijvend) contact met ons op.

 

Wat kunnen we voor u doen?

Ontvang vrijblijvend informatie over onze diensten

Vraag nu informatie aan