Geen lage energierekening voor winkels met label A

Amsterdam – Tweederde van het Nederlandse winkelvastgoed heeft een energielabel A. Uit recent onderzoek blijkt echter dat het energielabel in de praktijk weinig zegt over het werkelijke verbruik. In opdracht van diverse institutionele vastgoedbeleggers bracht Search Ingenieursbureau de energieprestatie van 3.000 winkelpanden in kaart. Ondanks de goede labels, is het besparingspotentieel van het Nederlandse winkelvastgoed groter dan 1 miljard kilowattuur per jaar.

In 2011 en 2012 labelde het ingenieursbureau de vastgoedportefeuilles, in totaal ruim 1 miljoen vierkante meter winkeloppervlak, aan de hand van een EnergiePrestatieAdvies (EPA). Een analyse van deze data laat zien dat 65% van het onderzochte winkelvastgoed een energielabel A of beter heeft. Toch blijkt een beter energielabel niet per se gekoppeld aan een lager energiegebruik. ‘Bij de winkels met een A++label is het gemiddelde jaarlijkse gebruik echt beduidend lager dan bij de andere winkels’, legt Michel Baars, bedrijfsdirecteur van Search Ingenieursbureau, uit. ‘De verschillen tussen A+, A, B, C en het D-label zijn echter niet groot. Het komt zelfs regelmatig voor dat een winkel met een label C per jaar minder energie verbruikt dan een winkel met een A-label.’

Onderzoek besparingspotentieel

Voor de gemiddelde Nederlandse winkel valt er nog veel te besparen op de energierekening. Uit nader onderzoek blijkt dat het gaat om relatief kleine investeringen die een groot verschil maken. Baars: ‘Winkels kunnen zonder investering al een besparing van 10% realiseren door bijvoorbeeld de apparatuur  beter af te stellen. En zeker 20% door bijvoorbeeld de isolatie te verbeteren en energiezuinige verlichting toe te passen. Een besparing van 1 miljard kWh per jaar ligt eigenlijk letterlijk voor het oprapen. Rekening houdend met gemiddelde energieprijzen, is dit een besparing van tenminste 100 miljoen euro per jaar.’

Energielabel zegt niet alles

Het energielabel blijkt vooral iets te zeggen over het gebouw, maar niet over alle energieverbruikers in het gebouw.  Zo wordt bijvoorbeeld de basisverlichting meegerekend, maar de spotjes die de producten verlichten niet. ‘Als het doel van energielabels is dat we met elkaar direct zien wat energiezuinig is en wat niet, dan moet het label wel het hele verhaal vertellen’, stelt Baars. ‘Voor ons was dit reden om het door de overheid verplichte energielabel aan te vullen met alle elementen die ertoe doen. Daarom ontwikkelden we het zogenaamde Duolabel. Deze methode geeft een volledig beeld van de besparingen die huurder en verhuurder kunnen realiseren.’

Samenwerking levert meeste voordeel op

Een lage energierekening blijkt op basis van het duolabelmodel vooral een samenspel tussen de winkelier en de eigenaar van het pand. De verschillende onderdelen die de uiteindelijke energiepresentatie bepalen, zijn vaak een gedeelde verantwoordelijkheid. ‘Waar het natuurlijk om gaat, is dat we met elkaar alle kansen benutten om minder energie te verbruiken en daarmee onnodige kosten te besparen. We kunnen ons geld in deze tijd immers beter aan andere zaken uitgeven.’ 

Gerelateerde referenties