Noord-Brabant zoekt naar juiste samenwerking in de asbestketen

Het thema asbest is actueel en geniet veel aandacht. Zo ook in de provincie Brabant, waar op 15 november het regionaal asbestcongres plaatsvond. De zaal was dan ook tot de laatste stoel gevuld. Voor de pauze lag de nadruk op het asbestdakenverbod, na de pauze ging de aandacht uit naar samenwerkingsvormen tussen de verschillende partijen.

Dagvoorzitter Ton Hermanussen, Teamleider bij Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), leidde de dag. Hij startte de middag met twee vragen: Met welke rol zit u hier in de zaal? En wat is nodig om in 2024 vrij van asbestdaken te zijn? Met die laatste vraag was de toon van de middag meteen gezet. Meer dan de helft van de aanwezigen gaf aan er geen vertrouwen in te hebben dat de deadline van 2024 wordt gehaald.

Voldoende capaciteit voor een asbestdakvrij 2024?

Tijdens het openingswoord noemde Jan Lenssen, directeur van ODBN, de peiling realistisch. Hij gaf tegelijkertijd aan dat we pessimisme moeten tegengaan. Ondanks dat de overheid er een jaar bij gesmokkeld heeft - het verbod gaat van 1 januari naar 31 december 2024 - is het goed dat het verbod er is. Op dit moment is grofweg eenderde van het asbest in de provincie Noord-Brabant verwijderd; zo’n 7,6 miljoen m². De belangrijkste vragen van de middag: Zijn er genoeg mensen om de klus te klaren? Hebben we voldoende capaciteit? ‘Het komende jaar moet er veel gebeuren. Laten we volgend jaar de vraag “gaan we het redden?” nog eens stellen.’ De boodschap van dit congres? ‘Ontmoet elkaar, leer van elkaar, en probeer met elkaar die klus te klaren. Zorg er samen voor dat we van pessimisme naar optimisme gaan.’

Het aanbod geleidelijk in de markt brengen

Udo Waltman, directeur van SGS Search, is ook blij met het asbestdakenverbod. ‘Zonder een verbod gebeurt er te weinig. Het systeem staat; nu is het tijd voor verbetering.’ Een belangrijk speerpunt is innovatie in werktechnieken; hoe kunnen we tijd en geld winnen? Maar nog belangrijker; hoe bereiken we geleidelijkheid in de aanbodzijde? ‘Als we tot 2023 wachten door te denken “dat komt tegen die tijd wel”, dan halen we het niet. Laten we vooral kijken naar een aanpak waarmee het aanbod geleidelijk in de markt komt.’

De verdeling in de asbestketen

Monique Wouterlood, werkzaam in team asbest bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voelde de taak om een andere kant te belichten. Ondanks dat we met zijn allen de laatste jaren veel goede dingen hebben gedaan, gaat het namelijk ook nog weleens mis. Wouterlood liet enkele gevoelige praktijkvoorbeelden zien van situaties waar er na vrijgave incidenteel nog asbest wordt ontdekt. Ze benadrukte het belang van werken volgens regelgeving en kwaliteitsnormen, om gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken.

Ervaringen van omgevingsdiensten

Na een korte koffiebreak was het tijd voor de omgevingsdiensten van de provincie Noord-Brabant. Geert-Jan van der Meijden (ODBN), Emmely Mulder (OMWB) en Jordi de Ruijter (ODZOB) betraden het podium. Ze bestaan nu vijf jaar; in die tijd zijn werkwijzen ontwikkeld en verbeterd. Regelmatig kregen ze te horen dat hun methode niet werkbaar was, te vaak werd een sloopverzoek afgekeurd. Op basis van die feedback zijn er regelingen getroffen, zoals het alsnog goedkeuren van een rapport tenzij er binnen twee dagen een wijziging wordt doorgevoerd. Maar er blijft discussie tussen de markt en de omgevingsdiensten. Van der Meijden: ‘Zorg dat er in rapporten geen ruimte is voor interpretatieverschillen. Zoek bij twijfel of een bijzondere situatie even contact met ons. En denk aan wederzijds begrip; we hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn, maar er moet wel begrip en respect zijn voor elkaars werk.’

Samenwerking tussen alle partijen

Als laatste spreker kreeg Peter Muselaers het woord. Als Hoofd van de afdeling VTH Omgevingswet bij Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft hij sinds 1 januari 600 sloopmeldingen voorbij zien komen. Muselaers besprak de praktijkcasus omtrent 92 huurwoningen in ’s-Hertogenbosch: na constatering van gebreken in de inventarisaties werden alle werkzaamheden volledig stilgelegd. ‘De gevolgen voor de bewoners, verhuurder en aannemer groeiden. We zijn met alle betrokken partijen met spoed om tafel gegaan om onduidelijkheid weg te halen. Met elkaar zijn de (juridische) vervolgstappen besproken en in gang gezet.’ Onder intensieve begeleiding van een deskundige werden nieuwe sloopmeldingen ingediend, werd de stillegging in delen opgeheven en wisten partijen elkaar te vinden‘, aldus Muselaers.

Behoefte aan een vervolg

Uit zowel de presentaties van de sprekers als uit de rondvraag kwam hetzelfde naar voren: Hoe bereiken we de beste samenwerking tussen partijen in de asbestketen? Een goed onderwerp om dieper met elkaar op in te gaan. Volgens dagvoorzitter Ton Hermanussen gaan we dat binnenkort dan ook doen, in welke vorm dan ook.

Wilt u terugblikken op deze dag?

Dat kan door: